Over ons

Lest Best
is een taleninstituut in Utrecht met één specialisme: Nederlands. Wij geven taalonderwijs, taaladvies en taalcorrectie aan iedereen voor wie het Nederlands niet de moedertaal is. Door onze professionaliteit en jarenlange ervaring bent u verzekerd van een goede cursus, een adequaat advies of zorgvuldige correcties. Kijk voor meer informatie op LestBest.nl of bel 030-2819860.
Mijn volledige profiel weergeven

In de rubriek 'Taal in gebruik' bieden wij praktische tips om elke dag uw Nederlands te oefenen.

woensdag 15 juli 2009

Taal in gebruik: Opzien tegen iets

Dit betekent het tegenovergestelde van ‘zich verheugen op iets’.
* Ik zie op tegen de lange reis naar Zuid Spanje.
* Ik verheug me op mijn vakantie.

Opdracht 1
Bedenk vijf situaties waar je tegen opziet en maak er een zin mee.
Doe hetzelfde voor vijf situaties waar je je op verheugt.

In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Taal in gebruik.

woensdag 8 juli 2009

Taal in gebruik: Aan elkaar schrijven van woorden

Als je twee woorden combineert, schrijf je ze in principe aan elkaar. Alleen als je je zou kunnen vergissen in de uitspraak (dus vaak bij klinkercombinaties) gebruiken we een streepje.

Een paar voorbeelden:
* Winkelcentrum
* Groenteafdeling
* Baliemedewerker
* Auto-onderdelen
* Dia-avond
* Mede-eigenaar

Opdracht 1
Pak een krant of tijdschrift en zoek voorbeelden van woorden die aan elkaar geschreven zijn.

Opdracht 2
Maak de juiste combinaties:
auto , industrie
maximum , snelheid
politie , agent
auto , bedrijf
auto , ongeval
politie , bureau
mode , ontwerper

In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Taal in gebruik.

woensdag 1 juli 2009

Taal in gebruik: Indirecte vragen

Dit soort zinnen is voor de meeste buitenlanders erg moeilijk omdat het bijzinnen zijn en je ze niet zo snel als bijzin herkent.

Twee voorbeelden:
* Kun je me vertellen of de vergadering morgen doorgaat?
* Weet jij misschien waar de wc is?

Zoals je ziet komt het werkwoord aan het eind van de zin. In het midden van de zin staat bij indirecte vragen altijd een vraagwoord of het woordje ‘of’. Op die manier kun je ook ermee oefenen en proberen dit soort zinnen goed te gebruiken.
De andere manier waarop vraagwoorden gebruikt worden is namelijk altijd met een vragende zin en dan krijg je eerst het werkwoord en dan het subject in de zin.

* Waar woon je? Hoe lang woon je al in Nederland.

Een snel gemaakte fout is dus:
* Kun je me vertellen waar woon je?
Het moet zijn:
* Kun je me vertellen waar je woont?

Opdracht
Maak zinnen met de volgende formuleringen en doe dat door steeds een vraagwoord of het woordje ‘of’ te gebruiken:

* Kun je me vertellen wie/waarom/wat/hoe/welk
* Weet jij misschien wie/waarom/wat/hoe/welk
* Ik vraag me af of ...
* Mag ik vragen wie/waar/waarom/wat/hoe
* Ik weet niet zeker wie/waar/waarom/wat/hoe

In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Taal in gebruik.

In het nieuws: Universele regels voor het woord nemen

Italianen praten door elkaar en Denen zwijgen veel. Vaak denken we dat dit van de cultuur afhangt. Maar volgens taalkundigen van het Max Planck Instituut voor Psycholinguïstiek en de Radboud Universiteit is dit niet juist. We gebruiken daar een soort universele regels voor.
De onderzoekers bekeken gesprekken in tien talen van vijf continenten. Hierbij zaten wereldtalen en lokale talen zoals het Papoea. Ze ontdekten dat beurtwisselingen door twee algemene regels worden gestuurd: voorkom dat je door elkaar praat en houd de stilte tussen de beurten zo kort mogelijk. Dat Italianen door elkaar praten en Scandinaviërs lange stiltes laten vallen blijkt niet waar te zijn. In alle onderzochte talen kwamen de meeste antwoorden vrijwel meteen en zonder overlap. Ook stilte blijkt een universele factor te zijn.

woensdag 24 juni 2009

Taal in gebruik: Zo ... mogelijk

* Wil je mij zo snel mogelijk terugbellen?
* Ik heb het zo goed mogelijk gedaan.

Vaak wordt deze constructie fout gebruikt, bijvoorbeeld met het woordje ‘als’. Dat is niet correct.

Opdracht
Denk aan allerlei dingen die je gedaan hebt of nog wilt doen en gebruik daarbij deze constructie.

Voorbeeld:
* Ik ga zo veel mogelijk voorbeelden bedenken.

In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Taal in gebruik.

woensdag 17 juni 2009

Taal in gebruik: Bezitsaanduidingen in combinatie met namen

* Van wie is die pen? Dat is Piets pen.
* Van wie is die auto? Dat is Ali’s auto.
* Van wie is dat mobieltje? Dat is Els’ mobieltje.

Hoe is de regel bij namen en bezitsaanduidingen?
- Als een naam eindigt op een –s gebruik je alleen een ’.
- Als een naam eindigt op de klinkers a, o, i, y, en u krijg je ’s.
- Voor alle andere letters aan het eind van een naam schrijf je de –s gewoon aan de naam vast.

Opdracht
Denk aan allerlei mensen in je omgeving. Denk vervolgens aan iets wat ze in eigendom hebben. Maak dan op dezelfde manier als in de voorbeelden hierboven combinaties.

In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Taal in gebruik.

woensdag 10 juni 2009

Taal in gebruik: (N)iets en (n)ergens

Iedereen kent de woorden 'iets' en 'niets', maar niet iedereen weet dat we op een vergelijkbare manier de woorden 'ergens' en 'nergens' gebruiken.

Een paar voorbeelden:
* Zie je iets? Nee, ik zie niets.
* Kijk je ergens naar? Nee, ik kijk nergens naar.
* Wil je iets eten? Nee, ik hoef niets.
* Heb je ergens zin in? Nee, ik hoef niets.

In combinatie met een prepositie gebruiken we dus 'ergens' of 'nergens'.

Opdracht
Bedenk zelf voorbeeldzinnen met iets en niets en ergens en nergens.

In de rechterkolom vindt u een overzicht van alle oefeningen uit de rubriek Taal in gebruik.

Blogarchief